Home | Info | Nieuwsbrief | Preken | Agenda | Links | Contact | Gastenboek
Index | Terug | Verder
Preek: Vertrouw op de Here met uw ganse hart
door Olaf ten Napel, 19 oktober 2002

Spreuken 3:5-6

Soms gebeuren er dingen in ons leven die ons het gevoel kunnen geven dat God ons verlaten heeft. God brengt ons ergens en opeens voelt het alsof Hij er niet meer bij is.

Kunnen wij erop vertrouwen dat God zich aan zijn beloften houdt?
Dat Hij ons nooit zal verlaten en ons door alle seizoenen van ons leven heen zal trekken


Vertrouw op de Here met uw ganse hart en steun op uw eigen inzichten niet
Ken Hem in al uw wegen

Behandeling van het volk IsraŽl, tot ondergang eerste generatie

Duizenden jaren geleden leefde er een man in Ur, die Abraham heette. Van zijn kindertijd weten we eigenlijk niets, behalve 1 ding. Het land waar hij woonde was vol van afgoderij. Dan, op een dag komt een onbekende God, God de Allerhoogste naar Abraham toe en roept hem op zijn land te verlaten en te vertrekken naar het land dat Hij hem zal wijzen. De belofte bij dit alles is: Ik zal u zegenen met een groot land en u tot een groot volk maken en u zegenen met een eigen land. Abraham ging, zoals de Here geboden had (h.12).
Hiermee gaf Abraham eigenlijk alle zekerheden die hij ooit in zijn leven zou kunnen verwerven op. Want geloof me; Als zendeling vertrekken vanuit Ur is anders dan vanuit Urk.
Hij had geen mobiele telefoon zodat hij contact zou kunnen onderhouden met het thuisfront, ook was er geen vriendenkring die maandelijks een bedrag over kon maken op zijn giro. Ook was er geen reisbureau waar hij wat boeken kon kopen met wat achtergrond informatie over het beloofde land, en er was geen vliegtuigmaatschappij die hem kon verzekeren van een veilige reis. Alle beperkingen die een zendeling opgelegd kunnen worden werden deze eerste zendeling uit de geschiedenis opgelegd. Het enige dat hij had was het woord van een voor hem onbekende God. Toch besluit hij z'n familie achter te laten, afstand te doen van zijn bezittingen en te gaan.
Na jaren te hebben gereisd spreekt God weer tot hem. Hij zegt: "Abraham, het land dat ik beloofd heb zal ik inderdaad geven, maar jij zult het niet meer meemaken en voor die tijd zal je nageslacht eerst 400 jaar in Egypte onderdrukt worden" (Gen.15:13).

Als je zoiets meemaakt valt je hele Godsbeeld toch in duizend stukjes uiteen? Grote beloftes, alleen niets lijkt ervan te kloppen. Hij heeft op dat moment nog niet eens 1 kind, laat staan een nageslacht zo groot als de sterren van de hemel.

Sara is inmiddels honderd jaar oud en heeft de hoop op een kind opgegeven (Gen. 18:11). Ik kan me zo voorstellen dat ze diepongelukkig, vanwege de ooit genomen beslissing het vaderland te verlaten, wacht op het einde van haar leven. Uiteindelijk, als hoogbejaarde vrouw baart Sara dan toch op goddelijke wijze een zoon. Een beetje vertrouwen lijkt dan weer te zijn toegenomen, nadat ze als hoogbejaarden een heel klein stukje van Gods belofte in vervulling zien gaan.
Maar dan gebeurt er weer iets heel opmerkelijks. Alsof God hun geloof nog niet genoeg op de proef gesteld heeft, vraagt Hij Abraham om zijn zoon te offeren. Door het grote geloof in God kon Abraham dit dan ook doen. Hij had geleerd zo standvastig uit geloof te leven dat hij overwogen heeft dat God bij machte zou zijn hem zelfs weer uit de doden op te wekken, want Gods belofte was: "Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken." Uit dit geloof heeft Abraham dan ook als het ware zijn zoon van God teruggekregen (Hebr. 11).
Toen Abaham en Sara stierven hadden ze niets dan 1 zoon, van het beloofde ontvangen.

Nu zouden we menselijk gesproken kunnen zeggen dat ze door achter God aan te gaan een zwaar en beroerd leven geleid hebben. Toch hebben ze dit zelf niet zo ervaren. In HebreeŽn staat dat ze het niet erg vonden om slechts een begin te maken aan het werk van God. Waarom? Omdat hun oog gericht was op de eeuwigheid.

Als ons oog alleen gericht is op het hier en nu, zullen we ons in veel seizoenen van ons leven onbehaaglijk voelen, maar als ons blik op God gericht is zullen we zijn leiding ervaren, ook in mindere tijden van ons leven..
Alles heeft uiteindelijk met geloof te maken. Geloof je dat God in elke situatie bij je is en alles dat er gebeurt in ons leven ten goede doet meewerken? Geloof je dat hij de toekomst in zijn hand heeft en je niet zal verlaten, in welke situatie dan ook?


Na de dood van Abraham en Sara gaat de geschiedenis verder Met Isaak, Jacob en Jozef en alles lijkt alleen maar bergafwaarts te gaan. Het uiteindelijke dieptepunt is de onderdrukking in Egypte. Dit betekende werken onder dwangarbeid en extreme mishandelingen, kinderen werden zonder pardon in de Nijl geworpen. Ook als men te oud was, of niet meer functioneel voor het werk dat gedaan moest worden, werd men vermoord.

Denk je dat er in deze tijd nooit getwijfeld is aan de belofte van God, dat ze het meest zegenrijke volk van de aardbodem zouden worden.

Toch houdt God zijn woord aan het volk IsraŽl en gebeurt er niets buiten de goedkeuring van God om. Na een afschuwelijke tijd van ruim 400 jaar lijkt de zon weer door te breken voor het inmiddels half afgemaakte volk. God zelf bevrijdt zijn mensen op machtige wijze uit de duivelse macht van farao.
Het is niet erg verwonderlijk dat het geloof in God weer ontzettend toeneemt. In mijn gedachte zie ik het volk al dansend en springend de poorten van farao uitrennen richting de woestijn. "Gods volk wordt uitgeleid, zij gaat met vreugde voort en de ber..g.e..

DE ZEE!!!!!!"
Alle moed en al het vertrouwen dat ze weer hadden zakt ze in 1 keer als lood in de schoenen.
"Waren er soms geen graven in Egypte dat gij ons hebt meegenomen om te sterven in de woestijn" (Ex. 14:10-11). "Houd je kop en vertrouw nou maar op God" (Ex.14:14).
Op machtige wijze opent God de Schelfzee en baant er een weg door. Alle IsraŽlieten komen veilig aan de overkant en de legers van farao verzuipen. Na dit wonder is het hele volk weer lyrisch van vreugde. Met tamboerijnen en reidans vervolgen ze hun liedje weer "Gods volk wordt uitgeleid, zij gaat met vreugde voort."
Geleid door de wolk van God trekt het volk verder. Ook gaf Hij hen een fantastische reisbelofte (Ex.15:26). Indien ze vertrouwen op de Here!!!, zal geen ziekte of pijn hun kunnen treffen. Ze zullen in alles wat ze nodig hebben voorzien worden.

Zo geldt het ook voor ons. Gods beloftes zijn getrouw en waar, alleen moeten we wel in Hem geloven. Zonder vertrouwen op God en volledige overgave zal zijn plan met ons leven zeker niet in vervulling gaan, ook profetieŽn zijn geen zekerheid als we ons niet overgeven aan zijn plan.

In de hele bijbel lezen we dat God het geloof van de gelovigen op de proef komt stellen. Zo ook bij het volk IsraŽl. God opende de zee niet voordat ze daar aankwamen. Hij wilde dat ze eerst zouden vertrouwen, ook al was er nog geen uitkomst. Ook bij het geven van het dagelijkse manna vraagt God een vertrouwenshouding van het volk. God stelde hun geloof op de proef door te zeggen dat ze geen manna mochten overhouden tot de volgende dag. Zo was het volk genoodzaakt iedere dag weer in afwachting te leven van wat God die dag zou geven aan voedsel. Op deze manier heeft het volk veertig jaar het manna gegeten (totdat het je neusgaten uitkomt).

Het grootste probleem van het volk Israel was niet de woestijn en de hitte, maar het niet zien op God. Telkens wanneer de heerlijkheid van God niet tastbaar aanwezig was was er weer ongeloof en renden ze achter andere goden aan. Hadden ze op God vertrouwd, dan hadden ze al heel snel in het beloofde land gezeten. Vanaf Egypte zouden ze zo rechtstreeks het beloofde land kunnen betreden, maar door hun gemopper op God heeft God hen omgebracht in de woestijn. Iedereen behalve Jozua en Kaleb.
In Numeri 13 stonden ze al aan de rand van Kanaän, klaar om het land in te nemen, maar dan voelt Mozes zich er toch lekkerder bij om eerst maar wat verspieders het land in te sturen, waar is het vertrouwen op het woord van God?
Als de verspieders terugkomen zitten er zeven kleuren in hun broek en zaaien ze ontzettend veel ongeloof in de groep. Ondanks dat God al zo vaak zijn kracht had laten zien, vreesden ze de inwoners van het land en zagen ze weer niet op God. Dit maakte God zo verdrietig dat Hij gezworen had alle IsraŽlieten om te brengen in de woestijn. Behalve Jozua en Kaleb, omdat zij de Here wel vreesden.

Jozua is 1 van de personen die uit het land Egypte bevrijd werd. Hij vertrouwde in alle seizoenen van zijn leven op God. Wat God zegt zal Hij doen!!! Al langer dan 400 jaar geleden heeft God het beloofd, ik heb in mijn leven nog niets gezien dan slavernij en woestijn, maar Hij zal het doen. Het geloof dat Jozua had heeft hem tot een leider gemaakt na de dood van Mozes. Hij krijgt de belofte van God dat God bij hem zou zijn, zoals bij Mozes. En daar tekent hij dan voor. Hij heeft net als Abraham en Mozes geen enkele zekerheid dan de belofte van God.
- Iedere plaats die je voetzool betreden zal geef ik je
- Je zal dit volk het land in bezit laten nemen
- De Here is met je overal waar je gaat

Maar!!!
* Wees sterk en moedig
* Overpeins mijn woord bij dag en nacht

Dan zal alles wat je onderneemt gelukken

Daar stond Jozua dan met een nieuw volk, de tweede generatie, vastbesloten om het land in te gaan nemen. De enige zekerheid waar hij op kon roemen was dat God met hem was. Hiermee moest alles gebeuren. Hij beveelt het volk dan ook niet om krachtspier oefeningen te gaan doen. Nauwgezet voert Jozua Gods strategieŽn uit. Wat is die strategie? Aanbidding. Hij roept het volk op zich te heiligen, niet met elkaar bezig te zijn, maar met God. Vervolgens moeten ze alleen maar zeven rondjes om de stad lopen en that's it. U kunt zich voorstellen welke gesprekken er te ronde zouden gaan als Jozua niet bevolen had niet met elkaar te praten tijdens de gebedswandelingen. "Waar zijn we nu eigenlijk mee bezig met z'n allen"
"Oh ja, door rondjes om de muur te lopen zullen we overwinnen... uhh" Enz. Toch was dit inderdaad het enige dat ze hoefden te doen. God zelf zorgde hier, net als bij de bevrijding uit Egypte voor de overwinning. En het was een getuigenis voor het hele land kanaan. Alle inwoners, hoe groot en sterk ze ook waren, sidderden voor de IsraŽlieten.

Als wij God de leiding over ons leven geven en beseffen dat we helemaal van Hem afhankelijk zijn, zal zijn plan met ons leven slagen. Vertrouwen we niet op God, dan zullen we altijd in de woestijn blijven hangen en niet de vruchten kunnen plukken die een leven met God ons kunnen opleveren. Duisternis zal moeten wijken voor de kracht van God. Als God voor ons is, wie is er tegen ons? God vraagt ons om niet op onze eigen inzichten te bouwen, maar Hem te vertrouwen, zodat Hij onze paden recht kan maken en ons het land van overwinning in kan leiden.

© 2002 Jeugddienst Zutphen.   Laatste update: Maandag, 11 november 2002, 21:16